Museum Vrolik: ondervoeding en voedingsdeficiënties

Ondervoeding en voedingsdeficiënties

Ernstig ondervoede baby (bron: National Library of Medicine: digital collections)

Ondervoeding – een tekort aan essentiële voedingsstoffen – is een probleem van alle tijden. In het verleden ging dit vaak hand in hand met grote hongersnoden, armoede en conflicten, maar in de negentiende eeuw was ondervoeding ook een structureel probleem voor een aanzienlijk deel van de bevolking. Niet alleen gebrek aan voedsel, maar ook eenzijdige voeding was overigens een groot probleem. De gevolgen hiervan zijn ingrijpend: het tast de spiermassa en weerstand aan, vertraagt wondgenezing en verhoogt het risico op complicaties.

Het belang van voeding: de sterftedaling

De Britse arts en medisch historicus Thomas McKeown verwierf in de jaren zeventig bekendheid met zijn invloedrijke onderzoek naar de oorzaken van de dalende sterftecijfers in de achttiende en negentiende eeuw. McKeown concludeerde dat vooral betere voeding verantwoordelijk was voor de dalende sterfte en verbeterde levensverwachting. In de 18e en 19e eeuw was ondervoeding nog wijdverspreid. Maar dankzij een verbeterde voedselvoorziening kregen mensen in deze periode steeds sterkere lichamen en een betere weerstand tegen infectieziekten – toen de belangrijkste doodsoorzaak. Zijn theorie riep ook kritiek op. Sommigen vonden dat hij de rol van medische doorbraken en publieke gezondheidsmaatregelen (riolering en schoon drinkwater) onderschatte. Maar nog altijd is voeding belangrijk voor onze gezondheid en hoe oud we worden. Vroeger ging het vooral om te weinig eten, maar tegenwoordig eten veel mensen juist te veel of ongezond. Dat kan leiden tot ziektes zoals hart- en vaatziekten, diabetes (type 2), overgewicht en bepaalde vormen van kanker.

Sterftecijfer Amsterdam (bron: Amsterdamse doodsoorzakenregisters)

Ondervoeding in de Amsterdamse Doodsoorzaken

In de Amsterdamse doodsoorzakenregisters is ongeveer 1,6% van alle overlijdens direct gerelateerd aan ondervoeding of voedingsdeficiënties. Vermoedelijk lag dat aandeel in werkelijkheid hoger: ondervoeding werd vaak niet als oorzaak genoteerd, maar speelde op de achtergrond bij veel sterfgevallen een rol. In de registers komen vooral aandoeningen voor als ‘marasmus’ (ernstige vermagering door voedselgebrek), noma, en ziekten veroorzaakt door vitaminetekorten zoals scheurbuik (vitamine C) en rachitis (vitamine D). Hierbij werden vooral de meest kwetsbaren getroffen: baby’s, kinderen en ouderen.

Noma: een vergeten ziekte

Noma, ook wel bekend als ‘waterkanker’, is een ernstige aandoening die vooral in het verleden vooral voorkwam onder verzwakte en ondervoede mensen. Het begint onschuldig met een zweer in de mond, maar kan zich razendsnel ontwikkelen tot een verwoestende infectie waarbij huid, spieren en botten van het gezicht worden aangetast. Zonder behandeling leidde deze ziekte vrijwel altijd tot de dood (in 90% van de gevallen) — vaak binnen twee weken. Bij overlevenden waren delen van het gezicht verdwenen of permanent verminkt. Noma kwam vooral voor bij (jonge) kinderen. In de Amsterdamse doodsoorzakenregisters zien we bijvoorbeeld dat in het geval van noma of waterkanker de gemiddelde leeftijd bij overlijden ongeveer vijf jaar was. In de loop van de tijd werd duidelijk dat noma werd veroorzaakt door een opportunistische infectie (bij verminderde weerstand) en daarom sterk verband hield met ondervoeding én voorafgaande infectieziekten, zoals mazelen, roodvonk of pokken.

De ziekte verliep in verschillende fasen:

  • Een zweer in de mond
  • Zwelling van het gezicht, koorts en overmatig speeksel (vandaar de naam ‘waterkanker’)
  • Vorming van zwart dood weefsel: gangreen
  • Uitbreiding van het aangetaste gebied: lippen, wangen, neus, oogkassen tot aan schedel
Noma (waterkanker) zoals afgebeeld door Robert Froriep, 1836 (bron: Wikimedia Commons)

Met de verbetering van voeding, hygiëne en medische zorg verdween noma geleidelijk uit Europa. In Nederland verdween de ziekte in de tweede helft van de negentiende eeuw. In onderstaande figuur zien we dat ook in Amsterdam het aantal sterftegevallen aan noma in deze periode afnam. In de twintigste eeuw kwam het nauwelijks meer voor in de doodsoorzakenregisters. Maar we weten dat onder extreme omstandigheden, zoals tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de Hongerwinter, noma tijdelijk terugkeerde. In concentratiekampen kwam de ziekte zelfs endemisch voor.

Noma in Amsterdam (bron: Amsterdamse doodsoorzakenregisters)

Noma staat bekend als een ‘vergeten ziekte’. Het zal zelfs artsen vandaag de dag niet bekend in de oren klinken. Toen de ziekte in westerse landen nog endemisch was konden de meeste patiënten (die immers veelal arm waren) zich geen dokter veroorloven. En toen noma later verdween, verdween ook de aandacht ervoor vanuit de medische wereld. Daardoor is er relatief weinig onderzoek naar de ziekte gedaan en blijft veel nog steeds onbekend.

Rachitis: een verborgen ziekte

Rachitis is een ziekte van de botten die ontstaat door een tekort aan vitamine D en calcium. Vooral jonge kinderen tussen 6 en 30 maanden kunnen het krijgen. Door de ziekte groeien de botten niet goed. Dat kan leiden tot een kromme rug, gebogen armen of benen en problemen met het gebit. De arts Charles West (1816-1898), de oprichter van een kinderziekenhuis in Londen, beschreef de lichamelijke kenmerken van rachitis: “een onvolgroeid figuur, groot hoofd, misvormde borstkas, gedraaide lange beenderen, en vergrote polsen en enkels”.

Jonge kinderen met rachitis. Het effect van rachitis op de verkromde ledematen, X-benen en O-benen, platvoeten, en misvormingen van de borst zijn hier duidelijk zichtbaar (Bron: Friedrich Eduard Bilz)

Lange tijd was het niet duidelijk waardoor rachitis precies werd veroorzaakt. In de negentiende eeuw zagen artsen en wetenschappers wel dat de ziekte vaker voorkwam in snel groeiende en geïndustrialiseerde steden. Pas in het begin van de twintigste eeuw ontdekten ze dat rachitis kwam door een tekort aan vitamine D. Dat tekort ontstond vooral door te weinig zonlicht en slecht voedsel. In de negentiende eeuw leefden en werkten veel mensen onder slechte omstandigheden, ook in Amsterdam. Mensen woonden vaak dicht op elkaar in kleine, donkere huizen, soms zelfs in kelders waar geen zonlicht kwam. Ze hadden weinig geld voor goede en gevarieerde voeding. Door deze slechte omstandigheden kregen veel kinderen ziekten zoals rachitis.

Hoewel rachitis goed te herkennen is aan de uiterlijke kenmerken, werd het lange tijd toch gezien als een ‘verborgen’ ziekte. Dat komt omdat kinderen er zelden aan overlijden. Volksgezondheidsorganisaties richtten zich vooral op ziekten waar veel mensen aan stierven, en daarom kreeg rachitis weinig aandacht. Dat zien we ook terug in de Amsterdamse doodsoorzakenregisters. Tussen 1854 en 1940 werd rachitis bij slechts 1 op de 142 overleden kinderen (tot en met 5 jaar) als doodsoorzaak genoemd. Maar het is de vraag of rachitis echt de dood veroorzaakte. In meer dan 80% van de gevallen werd rachitis geconstateerd in combinatie met één of meerdere andere doodsoorzaken. Het is waarschijnlijk dat artsen de zichtbare fysieke kenmerken van rachitis opmerkten en daarom de ziekte vaak noteerden, ook als die niet de directe oorzaak van het overlijden was.

Te zien in Museum Vrolik

….