Luister hier naar onderstaand verhaal (via SoundCloud). Let op: kies voor de optie ‘luisteren in browser’.
Syfilis
Te zien in Museum Vrolik: Hier ziet u schedels aangetast door tertiaire syfilis. Syfilis is een seksueel overdraagbare ziekte. Als eerste zorgt de ziekte voor een zweer op het geslachtsdeel. Als deze na verloop van tijd verdwijnt ontstaat er soms een huiduitslag. Na het verdwijnen hiervan kan de ziekte daadwerkelijk verdwenen zijn, maar ook in een derde vorm terugkeren en voor zweren op het hoofd en in de hersenen zorgen. Bij het ontstaan van deze zweren op het hoofd wordt ook het schedelbot aangetast en soms ook de neus en neusbeenderen. Achterin is het hoofd te zien van een vrouw met syfilis, bewaard op vloeistof. De neus is verdwenen door syfilis. Het schedeldak is verwijderd om te zien of ook de hersenen waren aangedaan. (Collectie Vrolik. 1800-1860)
Syfilis, ook wel lues genoemd, is een geslachtsziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum. De eerste beschrijvingen van de ziekte werden al opgetekend in de vijftiende eeuw en zestiende eeuw. Maar in de daaropvolgende eeuwen werd er nog lange tijd gespeculeerd over de mogelijke ziekteverwekker en precieze symptomen van syfilis. Vroeger werd de ziekte nog vaak verward met andere huid- en geslachtsziekten, zoals gonorroe. Uiteindelijk was het de Franse arts Philippe Ricord (1800-1888) die een nauwkeurige beschrijving van de verschillende fasen van syfilis gaf.
Primaire syfilis
Vlak na besmetting ontstaat een pijnloze zweer op de plek van infectie. Deze verdwijnt vanzelf binnen enkele weken of maanden, maar de ziekte blijft in het lichaam aanwezig.
Secundaire syfilis
In deze fase kunnen uiteenlopende symptomen optreden, zoals huiduitslag, keelpijn, hoofdpijn, koorts en spierpijn. Soms worden zelfs gewrichten en zintuigen aangetast. Daarna volgt vaak een lange periode zonder symptomen, terwijl de ziekte in het lichaam blijft sluimeren.
Tertiaire syfilis
Als de syfilis niet wordt behandeld, kunnen in de derde fase gezwellen en beschadigingen aan inwendige organen ontstaan. Dit kan bijvoorbeeld resulteren in ernstige hersenafwijkingen of cardiovasculaire aandoeningen. Dit stadium kan dodelijk zijn.
Van stigma naar genezing
Toen duidelijk werd dat syfilis via seksueel contact werd overgedragen, ontstond al snel een moreel oordeel: de syfilislijder werd daarmee gezien als zondaar. De ziekte kreeg het stigma van schande en onreinheid en werd bovendien geassocieerd met buitenechtelijke seks en prostitutie. Door een gebrek aan medische kennis en de schaamtecultuur rondom geslachtsziekten bleef een goede behandeling lang uit. Kwik werd eeuwenlang als middel ingezet, ondanks de beperkte effectiviteit en gevaarlijke bijwerkingen zoals kwikvergiftiging. Pas in 1885 werd de veroorzaker van syfilis ontdekt: Treponema pallidum. Dit markeerde het begin van een nieuw tijdperk, waarin medische kennis groeide en de ziekte eindelijk behandelbaar werd.
Verzwegen, onwetendheid of niet fataal?
Hoewel men in de negentiende eeuw zeker wist van de verspreiding en gevolgen van geslachtsziekten, komen deze zelden voor in de Amsterdamse doodsoorzakenregisters. Slechts 0,72% van de overledenen in Amsterdam stierf aan syfilis. Het merendeel van deze gevallen betrof tertiaire syfilis, de fase waarin de ziekte dodelijk is. In het begin van de twintigste eeuw werd syfilis trouwens vaak gebruikt als verzamelnaam voor verschillende geslachtsziekten. Naarmate de medische kennis verbeterde, werden de symptomen van verschillende aandoeningen beter te onderscheiden.
Kunnen we hier spreken van “doodsoorzaakvervalsing”?
Het is aannemelijk dat het taboe rondom geslachtsziekten een rol speelde. Artsen wilden hun patiënten en families niet de schaamte van zo’n doodsoorzaak bezorgen, dus zochten ze naar andere manieren om het te beschrijven.
Of was de diagnostiek simpelweg ontoereikend?
In het derde stadium, wanneer de ziekte dodelijk werd, was het vaak moeilijk voor artsen om de ziekte te herkennen, vooral als er geen eerdere zichtbare symptomen waren. Bovendien kon syfilis jarenlang zonder klachten aanwezig zijn. Het was dus moeilijk om syfilis als doodsoorzaak vast te stellen.
Of was syfilis simpelweg niet zo dodelijk als andere ziekten?
Dit kunnen we nagaan door bijvoorbeeld te kijken naar de sterfte onder ‘syfilislijders’ in de Amsterdamse ziekenhuizen. Tussen 1843 en 1867 beschikte het Amsterdamse Buitengasthuis over een aparte afdeling voor de behandeling van syfilispatiënten. Ook in het Binnengasthuis werd, tussen 1884 en 1897, een speciale syfilisafdeling ingericht. Jaarlijks werden hier gemiddeld zo’n 300 patiënten opgenomen. Ondanks de ernst van de ziekte was het sterftecijfer opvallend laag: gemiddeld overleden slechts drie patiënten per jaar.
Geboren met een stigma: de tragedie van aangeboren syfilis
Syfilis is niet alleen een seksueel overdraagbare ziekte: een zwangere vrouw kan de infectie ook via de placenta of tijdens de bevalling overdragen op haar baby. Deze vorm staat bekend als congenitale syfilis (syphilis hereditaria). Kinderen geboren met aangeboren syfilis waren vaak ‘misvormd’ en hadden ernstige gezondheidsproblemen. In die tijd werden zij gezien als een groot gevaar voor de volksgezondheid. Een veelgehoorde uitspraak was: “Kinderen met aangeboren syfilis zijn minderwaardige wezens.”
Tussen 1854 en 1940 werden in Amsterdam 1467 sterfgevallen geregistreerd waarbij congenitale syfilis de doodsoorzaak was. De meeste kinderen overleden al zeer jong: meer dan 91% haalde het eerste levensjaar niet. Sterker nog, in 404 gevallen werd het kind zelfs levenloos geboren.
Vragen of opmerkingen? Laat het ons weten via nadeche.diepgrond@ru.nl
