Syfilis in Amsterdam in de negentiende eeuw: bewust verhuld of netjes geregistreerd?

Syfilis in Amsterdam in de negentiende eeuw: bewust verhuld of netjes geregistreerd?

door Mayra Murkens // 26 juni 2024

Syfilis huiduitslag bij een pasgeborene // Wellcome collection

Op 18 juni 1885 overlijdt de drie weken oude baby Magdalena Jacoba Heskes in Amsterdam aan de Pieter Jacobszstraat 24. Bij haar geboorte stond ze al één-nul achter in het leven, want er was geen vader die haar erkende. Haar moeder, ook Magdalena Jacoba genoemd, was geboren in Arnhem maar verhuisd naar Amsterdam waar zij werkte als dienstbode. Daar is zij ongehuwd zwanger geraakt, waarbij ze  ook de geslachtsziekte syfilis opliep. Syfilis wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema pallidum en is via seksueel contact of bloed overdraagbaar. Echter, niet alleen seksuele partners kunnen elkaar besmetten, via de placenta of bij een bevalling kan een moeder haar kind aangeboren syfilis geven. Dat gebeurde ook met de pasgeboren Magdalena Jacoba. Moeder en dochter worden na de geboorte opgenomen op de syfilisafdeling van het Binnengasthuis. Afgezien van de aangeboren syfilis, die vaak resulteerde in doodgeboortes of vlak na de geboorte tot de dood leidde, kan syfilis zich in vier verschillende stadia voordoen, met allemaal verschillende symptomen. In het eerste stadium zijn vooral blaasjes op geslachtsdelen te zien, die vanzelf weer verdwijnen. Dat betekent echter niet dat de syfilis weg is. Wanneer het tweede stadium zich aandeed, konden de klachten erger worden: aanhoudende koorts en invaliderende pijn. Toch kon ook dit stadium ongemerkt voorbij gaan. Vervolgens was de syphilis sluimerend aanwezig, totdat het derde stadium aanbrak. In het derde stadium konden ernstige complicaties optreden zoals ernstige hersenafwijkingen of cardiovasculaire aandoeningen. Dit stadium kon daardoor ook dodelijk zijn. Voor syfilis was in de gehele negentiende eeuw nog geen effectieve remedie, en de remedie die soms wel gebruikt werd, het toedienen van kwik, dan wel als pil, dan wel als drankje of in de dampen ervan zitten, was misschien nog wel kwalijker dan de kwaal zelf. In Oslo is gevonden dat rond het begin van de twintigste eeuw, 10 procent van de geïnfecteerden binnen veertig jaar aan syfilis overleden. Ook de jonge Magdalena Jacoba stierf aan syfilis, terwijl zij nog in het ziekenhuis verbleef. Bij haar moeder ontwikkelt de ziekte zich door. Dit duurde nog vele jaren, maar uiteindelijk heeft ook haar moeder syfilis in een tertiair stadium ontwikkeld, en zij sterft in 1909 aan tabes dorsalis, ook wel ruggenmergtering genoemd, wat vaak een gevolg is van syfilis.

Syfilis hield de gemoederen in de negentiende eeuw flink bezig. Bezorgde artsen en weldoeners uit de hogere standen maakten zich zorgen om de verspreiding van de ziekte. Daarbij waren ongehuwde dienstmeisjes niet hun voornaamste zorg, vooral vrouwen die keurig getrouwd waren en hun kinderen werden gezien als slachtoffers. Zij konden de ziekte oplopen door hun echtgenoten, die voor dan wel tijdens hun huwelijk regelmatig bezoekjes brachten aan dames van lichte zeden die de ziekte bij zich droegen. Ondanks deze maatschappelijke aandacht, komt syfilis niet vaak voor in de meeste historische doodsoorzaken databases. Onder historici en historisch demografen wordt syfilis als hét voorbeeld gezien van een sociaal gestigmatiseerde ziekte, die daardoor veel minder geregistreerd werd als doodsoorzaak. Artsen wilden familie en andere naasten niet de schande aandoen van zo’n doodsoorzaak. In plaats daarvan zochten ze naar een eufemistische beschrijving van het proces dat had geleid tot de dood. Hoewel we dit theoretisch kunnen beargumenteren, weten we voor de Amsterdamse doodsoorzaken eigenlijk niet of dat ook echt het geval was. Daarom doken we eens wat verder in de doodsoorzaak syfilis, en hoe die in de registratie voorkwam.

Allereerst hebben we een eenvoudige verkenning gedaan van de syfilisregistratie door de tijd heen. Hiervoor hebben we gekeken naar alle doodsoorzaken die onder syfilis vallen. Dat is dus de term syfilis zelf, maar ook aangeboren of hereditaire syfilis, lues, tabes dorsalis en dementia paralytica. Hierbij hebben we gekeken voor de periode van 1854 tot 1904 hoeveel sterfgevallen er in totaliteit waren, wat de gemiddelde leeftijd bij overlijden was, en of hier een ontwikkeling in zat over de tijd (Figuur 1). Hoewel het hier om absolute aantallen gaat, zien we een duidelijke toename in absolute sterfte aan deze ziekten tegen het einde van de negentiende eeuw. Dit kan komen doordat de bevolking toenam, al lijkt zo’n forse en plotselinge stijging niet enkel te verklaren door een graduele toename van de bevolking. Het zou kunnen zijn dat er sprake was van een daadwerkelijke syfilis epidemie. Maar wellicht is de meest aannemelijke verklaring dat de registratie verbeterde.

Figuur 1: Absolute aantallen overlijdens aan syfilis en gemiddelde leeftijd bij overlijden aan syfilis in Amsterdam, 1854-1904

Daarnaast is opmerkelijk dat de gemiddelde leeftijd bij overlijden tot midden jaren ’70 bijna consequent onder de 20 jaar ligt. Dat is toch wat opmerkelijk voor een geslachtsziekte, die vaak enige tijd nodig heeft om echt dodelijk te zijn. Alleen aangeboren syfilis leidt vaak veel sneller tot de dood. Verklaring voor die gemiddelde lage leeftijd kan dus zijn, dat er vooral zuigelingen overleden aan syfilis, dus de aangeboren vorm. Was het dan misschien minder stigmatiserend om op te noteren dat kinderen overleden aan syfilis in vergelijking met volwassenen? Of, zou het kunnen dat mensen die op volwassen leeftijd syfilis ontwikkelden, uiteindelijk in het derde stadium van syfilis kwamen, waarbij ook de hersenen ernstig werden aangetast, en de zogeheten dementia paralytica ontstond. Deze mensen werden wellicht dan naar gestichten buiten de stad gestuurd, in bijvoorbeeld Meerenberg bij Santpoort of Coudewater bij Rosmalen. Als ze dan overleden aan syfilis, kwamen ze niet in de Amsterdamse registers terecht.

Om deze mogelijke oorzaken van de opmerkelijke registratie te onderzoeken, hebben we één specifiek jaar onder de loep genomen, namelijk 1885. Van alle syfilisslachtoffers hebben we gekeken naar de leeftijd bij overlijden, en als het een zuigeling betrof hebben we bovendien de ouders opgezocht en hun leeftijd bij overlijden, en als zij in Amsterdam overleden, hebben we ook hun doodsoorzaak opgezocht.

In 1885 overleden in totaal 33 mensen aan syfilis, waarvan maar dertien zuigelingen. De gemiddelde lage leeftijd bij overlijden is dus vooral een wiskundig artefact, omdat het gemiddelde zo extreem naar beneden wordt getrokken door de bijzonder lage leeftijden van deze kinderen. De gemiddelde leeftijd van de volwassenen die overleden aan syfilis in dat jaar lag op 48 jaar. Aan de man-vrouw verdeling is wel iets opvallends te zien. Onder de kinderen is die nagenoeg gelijk, maar onder de volwassenen treffen we beduidend meer mannen dan vrouwen aan. Van de twintig volwassenen, zijn er maar drie vrouw. Wellicht dat er hier dus wel een groter stigma op de ziekte als doodsoorzaak voor vrouwen lag, dan voor mannen. Het kan natuurlijk ook dat er meer mannen besmet raakten, doordat zij vaker in contact kwamen met de ziekte door veelvuldig prostitutie bezoek. Toch zou de verwachting dan zijn, dat wanneer deze mannen getrouwd waren, zij ook hun vrouwen konden besmetten.

Figuur 2: Vrouw met syfilitische gezwellen in het gezicht // Wellcome collection

Bij het nagaan waar de ouders van de kindjes die aan aangeboren syfilis overleden, aan dood gingen, viel op dat er maar van één ouder duidelijk is dat zij aan syfilis overleed: Magdalena Jacoba Heskes. Van de andere ouders is in twaalf gevallen niet bekend waar ze aan overleden. Dit kwam doordat zij ofwel buiten Amsterdam waren overleden, ofwel omdat hun doodsoorzaak niet in de dataset terug te vinden was. Enkele vaders waren daarnaast ook niet terug te vinden, omdat die nooit bij de geboorte het kindje hadden erkend. Van maar één ouder is de doodsoorzaak bekend omdat deze in een gesticht was overleden, in Coudewater om precies te zijn. Dit kan dus door dementia paralytica zijn geweest, maar dat is puur giswerk. Het kan net zo goed een andere aandoening zijn geweest waarvoor mensen naar een van de gestichten werden gestuurd.

In de andere dertien gevallen is wel een doodsoorzaak bekend, maar dit zijn doodsoorzaken die niet direct iets met syfilis te maken hadden. Een aantal hart- en vaatziekten die vermeld worden kunnen door syfilis veroorzaakt zijn, omdat syfilis ook daar schade kan aanrichten in een laat stadium. Het is echter maar de vraag of dit doelbewuste “doodsoorzaakvervalsing”, of op zijn minst verbloeming, was, of dat hier de diagnostiek simpelweg ontoereikend was. Syfilis kon jaren lang sluimeren zonder klachten te geven. Wanneer dan het derde stadium aanbrak, wist een arts wellicht niet dat de patiënt eerder aan syfilis had geleid, zeker wanneer de ziekte ook niet zichtbaar was geweest, wat in sommige gevallen kan voorkomen. Hierdoor kan het moeilijk zijn geweest om de geobserveerde klachten aan syfilis te linken. 

Al met al lijken er dus wat bijzondere dingen aan de hand met de syfilisregistratie in de dataset. Vooral de man-vrouw verhoudingen en de plotselinge, sterke toename van de absolute aantallen wekken argwaan. Om dit beter uit te zoeken, zouden we de gehele periode eens grondig onder de loep moeten nemen en uitpluizen hoe deze sterfte in elkaar zat. Waren hier bijvoorbeeld ook sterke sociale patronen in te zien, en hoe veranderde dit over tijd? Dat is een behoorlijk tijdrovende klus. Voor nu is het misschien ook belangrijk om te beseffen dat er wel degelijk syfilis geregistreerd werd als doodsoorzaak. Daarnaast moeten we niet direct aannemen dat artsen syfilis maar niet opschreven om de familienaam te beschermen. Het kan heel goed zijn dat een deel van het probleem in de aard van de ziekte ligt, waardoor zij misschien niet opgemerkt werd, al was de medische kennis op het gebied van syfilis in het midden van de negentiende eeuw wel al vrij gevorderd. Onder artsen was bekend dat syfilis in verschillende stadia met verschillende symptomen kon voorkomen, en dat de bijkomende complicaties in een vergevorderd stadium sterk uiteen konden lopen. Toch was het wellicht lastig om die uiteenlopende klachten aan syfilis te verbinden, wanneer er geen voorgeschiedenis met syfilis bekend was. De eerste stadia van syfilis kunnen onopgemerkt voorbij gaan, of niet bekend zijn geweest bij een arts. In het geval van moeder Magdalena Jacoba waren de symptomen wel veelvuldig aanwezig, en zij is dan ook meerdere malen in het Gasthuis opgenomen op de syfilisafdeling, of met de verschijnselen van een geslachtsziekte. Dat zij, met zoveel opnames, degene is waarvan er wel duidelijk is dat ze aan syfilis overleed, is dus niet zo gek.

5 gedachten over “Syfilis in Amsterdam in de negentiende eeuw: bewust verhuld of netjes geregistreerd?”

  1. Hans.schutijser@gmail.com

    geweldig goed geschreven kort onderzoeksverslag. ik ga weer door met transcriberen.
    hoe was de dood door honger verdeeld in 1945. lijkt mij een intrigrend verhaal.

    1. Dankjewel Hans! Leuk om te horen dat de hongersnood doodsoorzaken veel interesse opwekken, we gaan het in ons achterhoofd houden om daar eens in te duiken als alle data verzameld is. Wij vinden die ook wel fascinerend!
      Groetjes,
      Team DoodinAmsterdam

  2. Beste Mayra,
    Wat interessant verhaal over syphilis. Graag wil ik jouw onderzoek delen met mijn collega dermatologen die geinteresseerd zijn in de geschiedenis van de dermatovenereologie.
    Hartelijke groet,
    Marijke den Boer

    1. Beste Marijke,

      Leuk om te horen dat je het een interessante blog vond! En natuurlijk mag je het verhaal delen met je collega dermatologen, dat vinden we alleen maar leuk! Stuur het ze vooral door 🙂

      Groetjes,
      Team DoodinAmsterdam

  3. Beste Mayra,
    Wat een interessant artikel over syphilis. Graag wil ik het delen met mijn collega dermatologen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de dermatovenereologie.
    Hartelijke groet,
    Marijke

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *