Gedood door de technologische
vooruitgang in vervoer

door Tim Riswick // 16 september 2021

Verkeersongeval op de Admiraal De Ruijterweg. Een auto met fles op het dak als reclame is op zijn kant gevallen // Stadsarchief Amsterdam

Aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw werden verschillende moderne vormen van vervoer steeds normaler. Met behulp van de Amsterdamse doodsoorzakenregisters kan worden geobserveerd hoe nieuwe technologische ontwikkelingen gevolgen hadden voor externe doodsoorzaken. In figuur 1 is er per geregistreerde doodsoorzaak het aantal mensen dat overleed aan externe doodsoorzaken betreffende vervoersmiddelen genoteerd. Het is duidelijk dat, net als vandaag de dag, trams, treinen en auto’s ook toen al voor dodelijke slachtoffers zorgden.

Figuur 1. Externe doodsoorzaken met betrekking tot vervoer (>1) in Amsterdam, 1854-1926.

Vóór 1880 zien we in onze database dat het vervoersmiddel waarmee iemand overreden was nauwelijks werd gespecifieerd. Wanneer dat wel het geval was zien we voornamelijk (hand)karren. Vanaf 1875 was er een eerste vorm van openbaar vervoer ontwikkeld in de vorm van een paardentram. Die lijkt echter niet voor voor veel dodelijke ongelukken gezorgd te hebben. Twee personen overleden in de jaren na de introductie van de tram door een schop van een paard, en het eerste dodelijke slachtoffer was de negenjarige Jan Hendrik Sweers. Hij werd net geen 10 jaar, toen hij overleed op 1 mei 1876 om 16:00 uur na het ongeval ten gevolge van een verbrijzeld linkerbeen, gebroken linkerarm en zeer waarschijnlijk een verbloedingsshock. Andere vervoersmiddelen werden wel veel vaker geregistreerd vanaf de jaren 1880. In 1882 werd bijvoorbeeld voor het eerst de trein als doodsoorzaak opgevoerd toen een 39-jarige getrouwde makelaar overleed. De elektrische tramlijn die in 1900 van start ging zorgde al op 4 april 1901 voor het eerste slachtoffer: een ongehuwde man van 22 jaar die in het Binnengasthuis overleed. Tot 1922 werden er nog 7 personen met dezelfde doodsoorzaak geregistreerd

Verkeersongeval bij de Valkenweg. Botsing van een vrachtauto met locomotief van de stoomtram van de Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (NHTM). Tramlijn Amsterdam-Noord - Monnickendam - Edam - Volendam // Stadsarchief Amsterdam

Ondanks dat in oktober 1896 een van de eerste auto’s voor ons land aan de Weesperpoort te Amsterdam werd aangevoerd, was het pas veel later voordat de auto als doodsoorzaak werd genoemd. Pas op 9 november 1908 overleed een jongen van 12 jaar in het Binnengasthuis aan de verwondingen van het ongeval. Opvallend is dat veel van de slachtoffers van aanrijdingen met een auto vooral kinderen of ouderen waren. Bovendien waren maar liefst 40 van de 52 dodelijke ongevallen mannen. Het eerste dodelijke ongeluk met een vrachtwagen volgde niet veel later en werd in 1914 geregistreerd. Bijzonder is dat op 9 augustus 1916 ook de fiets werd genoemd als doodsoorzaak: een 69-jarige vrouw overleed door een schedelbreuk veroorzaakt door een aanrijding met een fiets. Wat verder opvalt is dat de beschrijvingen over de tijd heen wat veranderen. Eerst ging het voornamelijk over mensen die ‘overreden’ werden, terwijl later ook termen als ‘aanrijding’, ‘ongeval’, ‘verplettering door auto’ en ‘val uit rijdende tram’ werden genoteerd.

Het eerste, en voor nu het enige, vliegongeval dat in Amsterdam als zodanig werd geregistreerd was het overlijden van een 29-jarige piloot op zaterdag 3 oktober 1925. Uit de bijbehorende overlijdensakte weten we dat het gaat om Hermann Hess, wonende te Haarlemmermeer, en vliegenier van beroep. In verschillende kranten wordt over zijn overlijden geschreven. In de Het Nieuwsblad van het Zuiden van maandag 5 oktober 1925 lezen we dat chef-piloot H. Hess op Schiphol om het leven kwam tijdens een vlucht in een experimenteel jachtvliegtuig: “Hess demonstreerde ’s middags voor een buitenlandsche commissie met de D. 14, een nieuwe Fokker eendekker-jager, met laag liggenden vleugel, een type, dat niet geheel „uit-geexperimenteerd” was en nog niet in serie is gebouwd. De piloot zal ongeveer tien minuten in de lucht zyn geweest, toen hij op een hoogte van ongeveer 300 m. in een vrille [tolvlucht] geraakte.”

7585154220_7de5355640_o
Fokker D.XIV // San Diego Air and Space Museum Archive

Daarnaast vermeld de krant, “Het is niet onwaarschijnlijk, dat Hess het uiterste heeft willen demonstreeren en daarom in een vrille is gegaan. Hess staat even wel bekend als een bekwaam, doch voorzichtig piloot, zoodat het dus niet zeker is, of hij vrijwillig in de vrille is gekomen. De vlieger trachtte uit de vrille te geraken, doch was er op 150 m hoogte nog niet in geslaagd. Hij gaf derhalve vol gas, slaagde er eenigszins in een normale beweging te krijgen, maar toen hij op 75 m het toestel nog niet in bedwang had, zagen de toeschouwers dat Hess verloren was. De D. 14 kwam op de zuid westelijke zijde Van het vliegveld in een hoek van 30 graden neer. De motor boorde zich in den grond, terwijl Hess op het instrumentenbord werd geslagen. Ernstig gewond werd hij met een auto van den militairen geneeskundigen dienst naar het Wilhelmina-gasthuis vervoerd, doch voor Sloten bezweek Hess aan de bekomen verwondingen. Het toestel werd geheel vernield, de vleugel bleef intact, doch werd beschadigd.” Verder schrijft men dat: “Herman Hess, een Duitscher van geboorte, (…) was van 1920 af verbonden aan de Ned. Vliegtuigenfabriek Fokker. In den oorlog deed hij voor de Duitschers dienst als frontvlieger en maakte bij Molenheide bij Venlo, direct na den oorlog, bij een demonstratie zijn debuut in Nederland.” Na de dood van Hess werden verdere ontwikkelingen aan het nieuwe type Fokker-vliegtuig gestaakt.

Interesse om daadwerkelijk te zien hoe het verkeer er in Amsterdam uitzag aan het begin van de twintigste eeuw? Kijk dan ook deze youtube-video van Oud Amsterdam: Het verkeer in oud Amsterdam, 1920

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.