Stuipen als doodsoorzaak van zuigelingen in Amsterdam en Roosendaal (1856-1938)

door Karin Wienholts // 14 juli 2022

Willem Koller jr. bij de wieg met slapende baby Hendrikus // Stadsarchief Amsterdam, Koller, Willem (1879-1954)

In december 2021 vertelde ik in een blogpost over de resultaten van mijn onderzoeksstage binnen het NWO-project Lifting the Burden of Disease. Als een vervolg op die stage heb ik voor mijn Masterscriptie onderzoek gedaan naar de rol van stuipen als historische doodsoorzaak in Amsterdam en Roosendaal tussen 1856 en 1938. In mijn scriptie stonden drie aspecten centraal: 1) interpretaties van de term stuipen in historische medische literatuur, 2) patronen van de doodsoorzaak stuipen in Amsterdam en Roosendaal en 3) factoren die bijdroegen aan de diagnose stuipen op het niveau van individuen en buurten in Amsterdam. 

Volgens de hedendaagse medische wetenschap zijn stuipen een symptoom van een achterliggende aandoening en geen ziekte of doodsoorzaak. De bestudering van medische literatuur uit de onderzoeksperiode toonde aan dat de auteurs stuipen ook beschouwden als een symptoom, dat ze verbonden aan een aantal ziekten en aandoeningen. De lijst van onderliggende oorzaken veranderde in de loop van de negentiende en begin twintigste eeuw als gevolg van ontwikkelingen in de medische wetenschap. Nieuw ontdekte oorzaken werden toegevoegd en voortschrijdend medisch inzicht leidde ook tot het schrappen van enkele oorzaken, zoals het krijgen van tanden en het via borstvoeding doorgeven van sterke emoties van de moeder of min aan de zuigeling. In hoeverre de gemiddelde huisarts zijn kennis up-to-date hield bleef onbekend.

                De percentages van aan stuipen overleden zuigelingen waren in het algemeen hoog in Nederland midden-negentiende eeuw. In Amsterdam werd aan 39,9% van de overleden zuigelingen  de doodsoorzaak stuipen gekoppeld in 1856-1859. Dat percentage daalde langzaam naar 14,5% begin twintigste eeuw. In Roosendaal waren de percentages nog hoger en ook de daling zette later in. Dit verschil werd waarschijnlijk veroorzaakt door de geringe medische faciliteiten en kennis in Roosendaal in vergelijking met het hogere aantal universitair geschoolde dokters en de ruimere diagnostische mogelijkheden in Amsterdam. Ook lag de algemene medische consumptie in het meer traditionele en rooms-katholieke Noord-Brabant lager dan in het moderne verstedelijkte Noord-Holland.

Onderzoekers delen aan stuipen overleden zuigelingen haast automatisch in bij de groep ‘water- en voedsel-gerelateerde infectieziekten’. Deze ziekten kwamen in het verleden vaak bij jonge kinderen voor, waarbij de overlijdenspercentages in de zomer veelal hoger waren dan in de winter. Bij hogere temperaturen gedijen bacteriën in water en voedsel immers beter, met als gevolg meer infectieziekten. De percentages van aan stuipen overleden zuigelingen lieten echter een winterpiek zien in Amsterdam, terwijl in Roosendaal een zomer- en winterpiek zichtbaar werd. De medische literatuur én de cijfermatige analyse betwisten dan ook het dominante narratief dat achter de doodsoorzaak stuipen bijna altijd een water- en voedsel-gerelateerde infectieziekte zit.

 

Tenslotte is onderzoek gedaan naar factoren die bijdroegen aan de diagnose stuipen op het niveau van individuele zuigelingen en buurten in Amsterdam in 1856-1857 en 1895-1896. De conclusie was dat de diagnose stuipen verhoudingsgewijs vaker werd gesteld voor zuigelingen afkomstig uit arme families in vergelijking met zuigelingen afkomstig uit meer welgestelde gezinnen, zie Grafiek 1. In deze grafiek is aan overleden zuigelingen een sociaaleconomische klasse toegekend op basis van de geschatte huurwaarde van het huis waarin de overledene woonde. Daarbij werd een indeling in vier klassen gehanteerd: arm, enigszins arm, enigszins rijk en rijk. De neergaande lijn van de percentages is goed zichtbaar. Het risico om aan stuipen te overlijden was daarbij even groot voor jongens als voor meisjes. Verder werd geconstateerd dat het risico om de diagnose stuipen te krijgen kleiner was als de zuigeling in het ziekenhuis overleed in vergelijking met het risico thuis of in een niet-medische instelling.

Grafiek 1: Percentage zuigelingen met doodsoorzaak stuipen per sociaaleconomische klasse, Amsterdam (1856-1926)

De doodsoorzaak stuipen werd verhoudingsgewijs vaker vastgesteld in de armere buurten vergeleken met de situatie in de meer welgestelde Amsterdamse buurten, zie Grafiek 2. Al waren er wel een paar uitzonderingen; enkele (enigszins) welgestelde buurten hadden hoge(re) percentages aan stuipen overleden zuigelingen. In Grafiek 2 zijn de buurten geclassificeerd volgens het schema van een bekende negentiende-eeuwse Amsterdamse arts, A.H. Israëls, uit 1862 en aangegeven met hun buurtcode van één of twee letters. Israëls onderscheidde vier categorieën, arm, enigszins arm, enigszins rijk en rijk, voor de 50 buurten waarin de lokale autoriteiten Amsterdam administratief hadden opgedeeld. In de arme Joodse buurten was de negentiende-eeuwse zuigelingensterfte over het algemeen lager dan in vergelijkbare niet-Joodse buurten. In Grafiek 2 is te zien dat dit voordeel min of meer wegvalt als het gaat om de doodsoorzaak stuipen.

Grafiek 2: Percentage zuigelingen met doodsoorzaak stuipen per 10,000 inwoners/buurt, Amsterdam (1856-1857)

Samengevat, heb ik in mijn scriptie geconcludeerd dat achter de historische doodsoorzaak stuipen vele aandoeningen en ziekten schuil gingen, die niet in één categorie ondergebracht kunnen worden. De frequentie van de diagnose stuipen werd bepaald door lokale omstandigheden; de medische kennis van de aanwezige dokter(s), de aanwezigheid van medische faciliteiten (diagnostische middelen) en de medische consumptie, het gebruik van de beschikbare medische kennis en middelen. Deze omstandigheden veranderden door de tijd en verschilden per plaats of regio. De medische consumptie verschilde ook per sociaaleconomische groep en buurt. Als bij het invullen van het overlijdenscertificaat de middelen en kennis voor een juiste diagnose ontbraken, lag een vage doodsoorzaak, zoals stuipen, meer voor de hand.

Verder onderzoek zal mogelijk meer informatie opleveren ten aanzien van de factoren die de frequentie van de doodsoorzaak stuipen bepaalden en het risico van zuigelingen deze diagnose te krijgen. Het is belangrijk daarbij te kijken naar aan stuipen overleden zuigelingen in verschillende historische contexten, zowel geografisch qua tijdsperiode.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.