Op zoek naar de verborgen moedersterfte in het negentiende-eeuwse Amsterdam

door Angélique Janssens // 14 april 2022

Een kraambedscene met kraamvrouw, vroedvrouw en baker. Merk op: blijkens de spiegel rechts bevindt de kraamvisite zich al op enige afstand. Matthijs Naiveu, ‘The Newborn Baby’ (1675) // The Metropolitan Museum of Art 

Moedersterfte, of kraambedsterfte zoals het in het verleden vaak werd genoemd, is tegenwoordig helaas nog een veel voorkomende doodsoorzaak voor vrouwen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stierven in 2017 iedere dag 808 vrouwen aan de complicaties die te maken hadden met zwangerschap en bevalling. Moedersterfte komt vooral voor in Sub-Sahara-Afrika en in Zuidoost-Azië, en heeft alles te maken met een algehele slechte gezondheidssituatie van vrouwen door achterstelling op allerlei gebieden. Het zijn daarmee sterfgevallen die voorkomen hadden kunnen worden. Hoe zit het eigenlijk met Nederland vóór pakweg de twintigste eeuw? Was moedersterfte toen ook een belangrijke doodsoorzaak voor vrouwen? De Amsterdamse doodsoorzakenregisters bieden een prachtige gelegenheid daar onderzoek naar te doen.

Wat weten we al van moedersterfte in Nederland in deze periode? In het prachtige boek van Irvine Loudon (Death in Childbirth, een standaardwerk op dit terrein) vinden we heel wat informatie over moedersterfte in Nederland, en ook in Amsterdam. Hij baseert zich daarvoor op het werk van Catharina van Tussenbroek (1852-1925), de tweede vrouw in Nederland die afstudeerde in de medische wetenschap. In haar studie uit 1911, getiteld De Ontwikkeling der Aseptische Verloskunde in Nederland, liet Van Tussenbroek zien dat de situatie in Amsterdam in 1865 nog beroerd was. Met een moedersterftecijfer van 98 per 10.000 bevallingen was Amsterdam koploper in vergelijking met zeventien andere steden waaronder Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Maar tussen 1865 en 1900 verbeterden de overlevingskansen voor kraamvrouwen in Amsterdam zeer snel, veel sneller dan elders, waardoor Amsterdam in 1900 de laagste moedersterftecijfers kende van die zeventien steden.

Het vermoeden is wel dat we bij onderzoek naar moedersterfte in die tijd rekening moeten houden met een zogenaamde ‘dark number’: de verborgen gevallen van moedersterfte. Die verborgen gevallen ontstonden doordat vroedvrouwen en artsen de echte doodsoorzaak verzwegen van moeders die overleden aan een zogenaamde sepsis, de beruchte kraamvrouwenkoorts. Vanaf de jaren tachtig van de negentiende eeuw wisten artsen namelijk heel goed hoe ze die beruchte kraamvrouwenkoorts konden vermijden met behulp van de antiseptische methode waarmee ziekmakende micro-organismen konden worden geëlimineerd. Als ze daarin faalden, dan leidde dat tot professionele schaamte en de verleiding dat eigen falen te verbergen door een andere doodsoorzaak in te vullen.

Jacoba Elisabeth Maria Schütte in het kraambed met dochter Jetty Schütte, geboren te Amsterdam op 14 november 1927 // Stadsarchief Amsterdam - Hermann Birkenmeier

De Amsterdamse doodsoorzakenregisters kunnen ons alleen helpen om de ‘officiële’ gevallen van moedersterfte op te sporen. Daarom willen we een breder onderzoek opstarten naar moedersterfte in Amsterdam in de periode tot 1920, zodat we enerzijds dat ‘dark number’ kunnen bepalen en omzeilen, maar ook omdat moedersterfte vaak te beperkt werd gedefinieerd. Moedersterfte moet niet alleen gedefinieerd worden als sterfte ín het kraambed, dus gedurende de bevalling of de eerste acht tot 10 dagen erna, en ook niet alleen door het te linken aan de relatie met verloskundige problemen tijdens de bevalling. De kansen voor vrouwen om een zwangerschap of bevalling te overleven werden namelijk ook sterk bepaald door het onderliggende lijden van deze vrouwen. Onvoldoende voeding van goede kwaliteit, slechte leef- en woonomstandigheden, het optreden van luchtweginfecties of andere aandoeningen – door dat alles werd de gezondheid van (aanstaande) moeders op een structurele manier ernstig aangetast. Herstel na de bevalling was daardoor allerminst zeker, ook omdat een goede kraamzorg en consultatiebureauzorg nog niet aanwezig waren.

Om dat bredere onderzoek te kunnen uitvoeren gaan we onderzoek doen in de overlijdensakten zodat we voor een lange periode (tot 12 maanden na de geboorte) de overlevingskansen van deze moeders na kunnen gaan. Daarvoor hebben we de hulp nodig van onze Citizen Science Community. We zijn momenteel een nieuwe invoerwerkgroep aan het opzetten waarvoor we onze vrijwilligers spoedig zullen uitnodigen. Wie ondertussen een idee wil krijgen van het voorkomen van kraambedsterfte in Amsterdam kan deze app op onze website raadplegen. Bij de onderdelen ‘broad cause of death categories’ kun je vervolgens de doodsoorzakencategorie ‘childbirth’ aanklikken. Je kunt kiezen voor deze doodsoorzaak in ‘shares’, dat wil zeggen het percentuele aandeel van die categorie in het totaal aantal overledenen van dat jaar. Of je kiest voor een iets preciezere maat, de ‘death rates’, het sterftecijfer van die categorie per 10.000 mensen per geslacht. Veel plezier met het bekijken van dit materiaal! En bedenk: daarachter schuilt een ‘dark number’ van waarschijnlijk flinke omvang.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.